Exposure
Bracketing oftewel een belichtingstrapje….:
is een aanrader om te gebruiken in/onder moeilijke lichtomstandigheden, dus twijfel over de
juistheid van de lichtmeting.
De clou van Bracketing is, dat je van één onderwerp een twee- of drietal opnamen maakt in één
handeling (nl.het indrukken van de ontspanknop) met een vooraf ingestelde afwijking van de belichting. Een zgn.
belichtingstrapje.
De voorbeelden (eigenlijk de waarden) èn de in te drukken knoppen, die ik geef hebben betrekking op
mijn Nikon F100, maar het principe blijft hetzelfde voor andere merken.
Om Brackting in te schakelen druk ik op de BKT-knop en draai tegelijkertijd aan het
instelwiel wat zich het dichtst bij mijn rechterduim bevindt: het ‘rear-dial’.
Op het LCD-display verschijnen twee extra symbolen, t.w. BKT en +/-
Met het instelwiel wat zich in de buurt van mijn rechterwijsvinger bevindt, de ‘front-dial’ kan ik
een reeks waarden instellen die enige uitleg behoeven:
-
3F 0.3 betekent dat ik 3 opnamen maak met steeds 1/3-stop (0.3)
verschil: 0, -0.3, +0.3. de nul staat voor de ‘juiste belichting’ zoals de lichtmeting aangeeft, de -0.3 is dan
1/3-stop onderbelichting en +0.3 wil zeggen 1/3-stop overbelichting.
Draai ik met mijn rechterwijsvinger een stukje door dan kan er zomaar komen te staan:
-
3F 0.7 Hetzelfde verhaal als hiervoor, alleen nu met een belichtingscorrectie van
2/3-stop.
Dus achtereenvolgens: 0, -0.7 en +0.7
Ik heb het tot nu toe steeds gehad over onder- èn overbelichting. Weet ik nu zeker dat ik moet
onderbelichten maar niet hoeveel, dan stel ik met het ‘front-dial’ in op bv.
-
-3F 0.7 Ik ga dan 3 opnamen maken in stappen van -2/3-stop: -0.7, -1.3, 0
-
-3F 1.0 Ik maak nu 3 opnamen met ieder 1 stop (1.0) verschil: -1.0, -2.0, 0
-
-2F 0.3 Ik maak 2 (twee!!) opnamen en wel met -1/3 stop nl.: 0, -3
Wil ik nu een over-belichtingstrapje maken, dan stel ik de Bracketing in op b.v.
-
+3F 0.3 Dan is de belichtingvolgorde, iedere keer als ik op de ontspanknop druk: +0.3, 0,
+0.7
Let op: de volgorde van het belichtingstrapje varieert per instelling, dit is typisch Nikon en
geen type-fout mijnerzijds.
Het voorgaande speelt zich af bij iedere druk op de ontspanknop (single shot). Het kan ook
met 1 (één) druk op die knop, maar dan moeten we in Continue mode of Multi shot mode: je hoort dan, afhankelijk van de
instelling 2F of 3F resp. flats, flats òf flats, flats, flats.
Mijn Nikon heeft als basis-instelling (default) 0.3 stop (1/3) stappen. Ik kan dit wijzigen in 0.5
stop increments of 1.0 stop increments.
Nu de praktijk: Ik sta in de sneeuw en maak foto’s. Vertrouw ik op mijn lichtmeter, dan krijg ik
grauwe foto’s. Waarom??: ALLE lichtmeting van vrijwel iedere foto- of videocamera is ingesteld op een gemiddelde van
18% grijs-tinten en met AL DAT WIT gaat ie corrigeren (naar die 18% grijs). Er zijn tobbers die dit allemaal oplossen
in de digitale donkere kamer, maar dat blijft tobben. Het kan veel simpeler:
We moeten hier de lichtmeting belazeren en handmatig ingrijpen door over-te-belichten, of te
overbelichten.
Hoeveel??: daar is nu Bracketing voor en in/met sneeuw red je het niet met 1/3-stop.
Ik denk dat 2/3 stop (0.7) een mooi uitganspunt is:
-
+3F 0.7 je krijgt dan achtereenvolgens een over-belichting van 0, +0.7 en +1.3
Staat echter de zon er nog fel bij te schijnen, kies dan eens:
-
+3F 1.0 dan wordt er resp belicht: 0, 1.0 en 2.0, waarvan de laatste wel eens de beste zou
kunnen zijn. (De eerste, die met de ‘0’ zal hardstikke grijs zijn)
Een portretje tegen een lichte (witte) achtergrond en je wilt dat gezicht fraai verlicht zien??
Stel maar in op:
Een buiten-portretje met invulflits (altijd gebruiken natuurlijk) maar de flits mag niet tè
nadrukkelijk aanwezig zijn?:
Succes, Wim Sliggers
NB. Ik realiseer mij, dat de genoemde waarden in de voorbeelden op ervaring berusten. Die ervaring
is opgedaan met een analoge camera, maar meer nog met de belichtingsspeelruimte die een 35mm film heeft. Gebruik
de genoemde waarden als richtlijn.
|