Start Algemeen Programma Smoelenboek Eigen Werk Techniek Cursusprojecten Filmpjes

 

 

Uitleg over ‘flitssynchronisatie op het tweede gordijn’. (Rear sync)

 

Tijdens de laatste fotoclub avond bleek, dat niet iedereen op de hoogte is van de juiste werking van Rear Sync tijdens het flitsen en wanneer deze optie te gebruiken. Ik heb het dan over spiegelreflexcamera’s, zowel de analoge als digitale.

Eerst even dit:

Wanneer je de sluiterknop van je camera indrukt en je gebruikt je flitser, dan gebeuren er een aantal dingen:

  • De spiegel klapt omhoog.
  • Het sluitergordijn gaat open. (zoals in een theater een gordijn opent, duurt het even voordat het gordijn helemaal open is) Is de sluiter of het sluitergordijn helemaal open dan:
  • Ontsteekt de flitser.
  • Het sluitergordijn begint dicht te gaan.
  • De spiegel klapt weer terug.

 

Het is belangrijk te weten, dat de flitser pas ontsteekt als het  sluitergordijn helemaal open is, anders zou je een onevenredig belichte foto krijgen. De tijd dat de sluiter geheel geopent is, noemen we de flits-synchronisatie tijd. Is deze ingesteld op bv. 1/125 sec. dan is de sluiter ook 1/125 seconde helemaal open.

Ook is het belangrijk te weten, dat de eerder genoemde vergelijking met een gordijn op het toneel niet helemaal opgaat:

Op de meeste camera’s zit een zgn. vertikaal sluitergordijn.

De film of chip wordt het eerst belicht aan de onderzijde, als het sluitergordijn naar boven (verticaal) open gaat. Dit wordt het eerste gordijn genoemd!!

Is de sluiter helemaal open en de ingestelde tijd verlopen, dan begint een ander gordijn te sluiten: weer van beneden naar boven.

Dit gordijn wordt het tweede gordijn genoemd. Zou dit gordijn niet in de zelfde richting sluiten als het andere opent, dan zou een deel van de film of chip meer licht krijgen dan het andere. Complex hč??

 

Tijdens een ‘normale’ flitssessie, synchroniseert de flitser op het eerste gordijn, dwz als het eerste gordijn helemaal open is, wordt de flits ontstoken met vrijwel altijd een goed resultaat.

Nu hebben vrijwel alle moderne -computer gestuurde- flitsers een zeer korte flitsduur, vanaf  een 1/800 seconde of korter.

Stel nu dat je ’s avonds in het donker een rijdende auto fotografeert met je flits en de sluitertijd van je camera is ingesteld op bv. 1/60 sec. Dan krijg je een vreemd effect: het licht van bv. de achterlichten ‘loopt’ als een rode streep richting de voorkant van de auto!! Tegennatuurlijk dus, maar met de opgedane kennis logisch:

Zodra het eerste sluitergordijn HELEMAAL OPEN is, vuurt de flits. Die duurt bv. 1/1000 sec. en na deze korte flits staat de sluiter nog steeds open en de film/chip registreert keurig de verlichting van de auto in de rijrichting.

Synchroniseer je evenwel op het tweede gordijn, dan ontsteekt de flitser NET voordat dit sluitergordijn begint te SLUITEN!!

Vňňr deze flits van bv. weer 1/1000 sec. stond de sluiter open (1/60) en registreerde keurig de -in dit voorbeeld- de achterlichten van de auto, dŕn pas de flits met als resultaat dat de achterlichten ‘achter’ de auto een streep vertonen.

 

Wim Sliggers